De Grote FAu Mondeling Quiz
Klik op de vragen om de antwoorden te zien
De Grote FAu Mondeling Quiz disclaimer: deze lijst met vragen is uiteraard bij lange na niet volledig. Ik heb deze quiz gemaakt om zelf voor m'n mondeling te oefenen. Als jij er ook iets aan hebt, dan is dat mooi meegenomen, maar kom niet bij me klagen dat die ene rotvraag, die je het mondeling heeft gekost, er niet tussen stond. Die vraag kun je me natuurlijk altijd e-mailen, dan zal ik 'm hieronder opnemen (voor m'n e-mailadres, zie onderaan deze quiz).
Afgezien van het feit dat onderstaande vragen niet compleet zijn, zijn de gegeven antwoorden ook nog eens niet altijd correct. Dus ook geen gemopper dat je precies hebt geantwoord wat er in deze quiz stond, en dat de examinator het er niet mee eens was.
Tot slot: heel veel plezier met deze quiz, met studeren, met het mondeling en uiteindelijk met je RA-titel!
Vraag 1. Wat is het verschil tussen de COS en de VGC?
Met ingang van 1 januari 2007 gelden voor alle accountants nieuwe gedragsregels, te weten de Verordening Gedragscode. In de VGC wordt weer verwezen naar nadere voorschriften. Controle- en Overige Standaarden zijn een van die 'Nadere voorschriften'. Andere Nadere Voorschriften die hieronder vallen zijn 'Nadere Voorschriften onafhankelijkheid', 'Nadere voorschriften Permanente Educatie' en de Nadere voorschriften die betrekking hebben op accountantskantoren en accountantsafdelingen.
Vraag 2. Hoe zijn de normen voor accountantsorganisaties geordend?
De normen voor accountantsorganisaties zijn in de wet geregeld, in de 'Wet toezicht accountantsorganisaties' (Wta).
De minister heeft de mogelijkheid om deze wet nader in te vullen door middel van een Besluit ('Besluit toezicht accountantsorganisaties, Bta).
Daaronder hangt weer de 'Verordening accountantsorganisaties (VAO), hierin worden de Wta/Bta-bepalingen over het stelsel van kwaliteitsbeheersing, onafhankelijkheid en integere bedrijfsvoering van de accountantsorganisaties verder uitgewerkt. Deze verordening wordt opgesteld door het NIVRA en de NOvAA.
Vraag 3. Wat is een accountantsorganisatie?
Een accountantsorganisatie is een accountantspraktijk die in het bezit is van een door de AFM afgegeven vergunning om wettelijke controles uit te voeren.
Vraag 4. Noem de fundamentele beginselen van de VGC.
Integriteit
Objectiviteit
Deskundigheid en zorgvuldigheid
Geheimhouding
Professioneel gedrag
Vraag 5. Noem een aantal opdrachten die geen Assurance-opdrachten zijn en toch veelvuldig door accountants worden gedaan.
- opdrachten die vallen onder de Standaarden voor aan assurance verwante opdrachten (waaronder opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden en opdrachten tot het samenstellen van financiële informatie of andere informatie)
- het verzorgen van belastingaangiften waarbij geen conclusie wordt verwoord die zekerheid verschaft
- consultancy- en adviesopdrachten, zoals managementadviezen en belastingadviezen
Vraag 6. Moet de individuele accountant zich voor alle soorten opdrachten aan de VGC (delen A en B-1) en aan de COS houden?
De individuele accountant heeft zich in alle gevallen aan de VGC te houden. Voor wettelijke controles gelden ook de Wta en de Bta. De COS gelden niet altijd: zie voor meer informatie het schema zoals opgesteld door het NIVRA.
Vraag 7. Wat zijn de verschillende NIVRA-uitingen?
1. Beroepsreglementering (algemeen verbindend op basis van Wet RA)
2. Aanwijzingen (audit alerts en praktijkhandreikingen)
3. Leidraden (bijv. Leidraad implementatie nadere voorschriften onafhankelijkheid, Leidraden MKB-praktijk)
4. Overige uitingen
Vraag 8. Zijn de onder vraag 7 genoemde uitingen bindend?
De beroepsreglementering (verordeningen en nadere voorschriften) zijn algemeen verbindend voor NIVRA-leden en -organen (wet 19 Wet RA).
De aanwijzingen zijn niet bindend, maar de accountant wordt wel geacht kennis genomen te hebben van deze uitingen en deze voor zover nodig toe te passen op opdrachten. Mocht de accountant van mening zijn dat iets niet relevant is, moet hij uit kunnen leggen waarom niet.
Leidraden zijn niet verplicht, en dienen slechts als steun voor beroepsbeoefenaren.
Overige uitingen worden samengesteld voor derden en leden, en hebben geen status in het kader van de beroepsuitoefening.
Vraag 9. Wat is een accountantsverklaring met beperking?
Deze wordt afgegeven als de accountant tot het oordeel is gekomen dat er geen goedkeurende accountantsverklaring kan worden afgegeven, maar dat het effect van de bedenkingen tegen de jaarrekening of van de beperkingen in de controle of de beoordeling niet van 'zodanig wezenlijke betekenis' is dat een afkeurende accountantsverklaring of een verklaring van oordeel-onthouding moet worden verstrekt (zie Begrippenlijst).
Vraag 10. Waarom vragen accountants bevestigingen van het bestuur van de entiteit?
Omdat dit voorgeschreven is volgens COS 580. In deze bevestiging (die geldt als controle-informatie) erkent het bestuur haar verantwoordelijkheid voor de financiële overzichten, geeft het bestuur aan dat zij haar verantwoordelijkheid erkent voor de opzet en de invoering van maatregelen van interne beheersing, en verklaart het bestuur dat zij van oordeel is dat de ongecorrigeerde afwijkingen die door de accountant zijn verzameld zowel individueel als verzameld niet van materieel belang zijn.
Meestal zullen deze bevestigingen schriftelijk worden vastgelegd in correspondentie tussen de accountant en het bestuur, hoewel relevante notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur ook voldoen.
Hoewel de bevestigingen gelden als controle-informatie, mogen deze niet de plaats innemen van andere controle-informatie waarvan de accountant redelijkerwijs mag verwachten dat deze aanwezig is.
Vraag 11. Heb je onlangs nog accountancy-nieuwssites bezocht?
Zo ja: goed zo.
Zo niet: ga dat eens even heel snel doen dan! Begin maar met accountant.nl.
Vraag 12. Wat is je opgevallen in het nieuws de laatste tijd?
Deze vraag moet je overtuigend kunnen beantwoorden, als je je aan het advies bij vraag 11 hebt gehouden.
Vraag 13. Heb je zelf een onderwerp waar je het over wilt hebben?
Ook zo'n klassieker. Zorg dat je een paar onderwerpen klaar hebt waar je het over wilt én kunt hebben. Dit zou een inkopper moeten zijn. Niets erger dan dat je een onderwerp noemt, waarop de examinotor een vraag stelt die jij niet kunt beantwoorden, omdat het je aan kennis ontbreekt.
Vraag 14. Een bedrijf krijgt een claim aan de broek, omdat het schroeven zou hebben geleverd met een ondeugdelijke schroefdraad. De schroefdraad roestte binnen de garantietermijn. Wat zijn de mogelijke gevolgen van deze claim voor de jaarrekening?
- Dat de schadeclaim niet of onjuist verwerkt wordt (voorzieningen, bedrijfskosten)
- Dat garantieverplichtingen niet of onjuist verwerkt worden (voorzieningen, bedrijfskosten)
Het gevolg van onvolledige of onjuiste verwerking is dat het resultaat en het eigen vermogen mogelijk te laag of te hoog wordt weergegeven.
Vraag 15. Wat is het verschil tussen een verbandscontrole en een cijferanalyse?
Een cijferbeoordeling is een verkennende analyse van de verhoudingen tussen verschillende cijfers of ontwikkelingen hierin over de tijd. Er wordt onderzocht of er een verband is.
Een verbandscontrole gaat ervan uit d‡t er een verband is, en controleert of deze vermoedde verbanden daadwerkelijk aanwezig zijn.
Een cijferbeoordeling is dus een analyse, terwijl een verbandscontrole een controle is.
Vraag 16. Waarom verkrijgt een accountant controle-informatie?
De accountant dient toereikende controle-informatie te verkrijgen om in staat te zijn redelijke conclusies te trekken waarop het accountantsoordeel kan worden gebaseerd (COS 500.2).
Vraag 17. Een accountant verkrijgt controle-informatie door het uitvoeren van controlewerkzaamheden. Wat zijn de doelen van deze werkzaamheden?
a. Kennis verkrijgen van de entiteit en de interne beheersingsmaatregelen (risico-analyse)
b. Toetsen van de effectiviteit van de interne beheersingsmaatregelen (systeemgerichte werkzaamheden)
c. Ontdekken van materiële onjuistheden op beweringniveau (gegevensgerichte werkzaamheden
Vraag 18. Een partner controleert een OOB. Welke stappen dient hij te doorlopen in het kader van de kwaliteitsbeheersing?
- Hij dient vast te stellen dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar is benoemd;
- Hij dient belangrijke zaken die tijdens de controle naar voren zijn gekomen te bespreken met de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar;
- Hij mag de accountantsverklaring pas afgeven als de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling afgerond is.
Vraag 19. Noem een aantal redenen waarom de accountant zijn of haar werkzaamheden documenteert.
Controledocumentatie is gericht op:
1) Het vastleggen van de onderbouwing van de accountantsverklaring;
2) Het aantonen dat de controle is uitgevoerd volgens de Standaarden en volgens geldende wet- en regelgeving;
3) Het ondersteunen van het team voor wat betreft het plannen en uitvoeren van de controle;
4) Het ondersteunen van de aansturende en controlerende teamleden;
5) Het bieden van de mogelijkheid voor teamleden om verantwoordelijkheid te nemen voor de door hen gedane werkzaamheden;
6) Het vastleggen van informatie die voor toekomstige werkzaamheden van belang kunnen zijn;
7) Het bieden van de mogelijkheid om inspecties op de werkzaamheden uit te voeren, zowel intern (binnen het accountantskantoor) als extern (bijv. de AFM)
Vraag 20. Waar dient controledocumentatie aan te voldoen?
De accountant moet zijn of haar werkzaamheden zo documenteren dat een ervaren accountant die niet betrokken was bij de opdracht in staat is om inzicht te verkrijgen in:
- de aard, timing en omvang van de werkzaamheden;
- de uitkomsten en de verkregen controle-informatie;
- belangrijke onderwerpen die tijdens de controle naar boven zijn gekomen en de daaruit getrokken conclusies.
Vraag 21. Wat is de termijn voor de afsluiting van controledossiers, zoals beschreven in het Bta?
Twee maanden na het verstrekken van de accountantsverklaring. Er mogen in die twee maanden geen nieuwe werkzaamheden verricht worden of nieuwe conclusies worden geformuleerd. De afsluiting van het controledossier in die twee maanden dient puur een administratief proces te zijn.
Vraag 22. Moet een accountant actief op zoek gaan naar fraude in een jaarrekening?
Nee, dat is niet de taak van de accountant. De accountant moet gedurende de gehele controle een professioneel-kritische instelling hanteren, en onderkennen dat het mogelijk is dat zich een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude voordoet. Dit ongeacht zijn eerdere ervaring met de entiteit voor wat betreft de integriteit van het bestuur van de entiteit en van de organen belast met governance.
Leden van het opdrachtteam dienen te bespreken in welke mate de financiële overzichten van de klant kunnen worden beïnvloed door afwijkingen van materiëel belang.
Vraag 23. Noem een aantal werkzaamheden die de accountant uit kan voeren om in te spelen om het risico dat management de interne beheersingsmaatregelen doorbreekt.
- Het controleren op juistheid van de in het grootboek verwerkte journaalposten en andere correcties die tijdens het opstellen van de financiële overzichten zijn ingevoerd;
- Het beoordelen op vooringenomenheden van schattingen die tot een fout van materieel belang zouden kunnen leiden;
- Het verkrijgen van inzicht in de zakelijke redenen voor het doen van bepaalde transacties die vallen buiten de gebruikelijke activiteiten van de entiteit.
Vraag 24. De accountant stuit op een fraude waarbij enkele directieleden betrokken zijn. Aan wie moet ze dit melden?
Aan de 'organen belast met governance' (COS 240.95) en, indien nodig, aan een opsporingsambtenaar (Wta 26.2 en Bta 37).
Vraag 25. Wat zijn de risicofactoren die mogelijk tot fraude kunnen leiden?
Prikkel/druk, gelegenheid en instelling/rationaliseren.
Voor voorbeelden hiervan, zie COS 240, bijlage 1.
Vraag 26. De accountant controleert een chemieconcern. Dient hij op de hoogte te zijn van alle relevante wet- en regelgeving op het gebied van de chemie?
Nee. De accountant dient zich bij de opzet en de uitvoering van controlewerkzaamheden, bij de evaluatie van de controlebevindingen en bij de rapportage daarover, te realiseren dat het niet naleven van wet- en regelgeving door de entiteit een materieel effect op financiële overzichten kan hebben. Er kan echter niet verwacht worden dat een controleopdracht zal leiden tot ontdekkng van overtredingen van alle wet- en regelgeving.
Wel kunnen opleiding, ervaring en kennis van de entiteit en de branche de accountant helpen bij het onderkennen dat sommige handelingen die hem ter kennis komen, als mogelijke overtreding van wet- en regelgeving aangemerkt moeten worden.
Vraag 27. Wat is het controlerisicomodel ('audit risk model')? Noem ook de componenten.
Het controlerisicomodel is een theoretisch model dat gehanteerd wordt om de samenhang duidelijk te maken tussen verschillende soorten risico's. De formule luidt:
AR = f (IR, CR, DR),
met AR = 'audit risk', het totale controlerisico;
IR = 'inherent risk', de gevoeligheid van een bewering voor onjuistheden die van materieel belang kunnen zijn voor de jaarrekening;
CR = 'control risk', het intern beheersingsrisico, het risico dat een materiële onjuistheid niet wordt voorkomen of ontdekt door de interne beheersingsmaatregelen; en
DR = 'detection risk', het risico dat een materiële onjuistheid niet door de gegevensgerichte werkzaamheden van de accountant worden ontdekt.
Vraag 28. Het bestuur van de entiteit vertelt de accountant tijdens de jaarrekeningcontrole dat er mogelijk conventanten met de bank gebroken zullen worden over een paar maanden, en dat de continuïteit in dat geval in gevaar komt. Wat doet de accountant?
- De accountant vraagt de contracten met de bank op, en beoordeelt of de afgesproken conventanten inderdaad gebroken zullen worden;
- Indien dit inderdaad het geval is, beoordeelt de accountant het effect van het doorbreken van de conventanten op de onderneming;
- Indien dit effect inderdaad tot gevolg heeft dat de continuïteit in gevaar komt, dient de onderneming de activa tegen liquidatiewaarde te waarderen. Doet zij dit niet, dan zal de accountant een afkeurende accountantsverklaring afgeven. Doet zij dit wel, dan kan de accountant een goedkeurende accountantsverklaring afgeven. De accountant kan een toelichtende paragraaf noodzakelijk achten om de gebruiker van de verklaring op de gehanteerde waarderingsgrondslag attent te maken (COS 570.36).
Vraag 29. Wat is het verschil tussen gegevensgerichte en systeemgerichte werkzaamheden?
Systeemgerichte werkzaamheden zijn erop gericht om te testen of de interne beheersingsmaatregelen goed werken.
Gegevensgerichte werkzaamheden zijn gericht op het ontdekken van materiële onjuistheden op beweringniveau (COS 500.19). Dit kunnen detailcontroles of gegevensgerichte cijferanalyses zijn.
Vraag 30. Welke mate van zekerheid geeft de accountant voor respectievelijk een controle, een beoordeling, specifieke overeengekomen werkzaamheden en samenstelling? Geef ook aan hoe de accountant per type verklaring rapporteert.
Controle: Hoge mate van zekerheid, rapportage met positief geformuleerd oordeel.
Beoordeling: Beperkte mate van zekerheid, rapportage met negatief geformuleerd oordeel ('de accountant is niets gebleken..").
Specifiek overeengekomen werkzaamheden: Geen zekerheid, feitelijke rapportage zonder conclusie of oordeel.
Samenstelling: Geen mate van zekerheid, rapportage is slechts identificatie van samengestelde object.
Vraag 31. De accountant wordt gevraagd een beoordelingsverklaring af te geven. De klant wijkt op een materieel punt af van de gangbare GAAP. Geeft de accountant een verklaring af en zo ja, welke?
Indien de afwijking van GAAP materieel is, geeft de accountant een verklaring met beperking af. Indien de afwijking wezenlijk is, geeft de accountant een afkeurende verklaring af.
Vraag 32. Welke opdrachten vallen onder 'overige assurance-opdrachten'? Noem een paar voorbeelden.
Onder 'overige assurance-opdrachten' vallen alle opdrachten die geen wettelijke controle-opdracht zijn.
Voorbeelden zijn vrijwillige controles, bijzondere controleopdrachten (COS 800) en assurance-opdrachten anders dan controle/beoordeling (COS 3000)
Vraag 33. Wat is governance?
Governance is een stelsel van omgangsvormen voor bij de entiteit betrokken belanghebbenden (bestuurders, commissarissen, kapitaalverschaffers etc.), inhoudende een aantal regels voor goed bestuur, goed toezicht en een juiste taakverdeling (Begrippenlijst).
Vraag 34. Noem een aantal voorbeelden van bijzondere onderzoeken.
- Zelfstandig balansonderzoek
- Waardebepaling van aandelen
- Due diligence
- Fraudeonderzoek
- Kredietverlening
- Materiële schade
Vraag 35. Noem een aantal voorbeelden van assurance-opdrachten anders dan controle of beoordeling.
- Oplage
- Marktaandeel
- Corporate governance
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen
- Internal control
Vraag 36. Welke (zes) procedures voert de accountant uit bij afronding van de controle?
1. Controleren op niet uit de balans blijkende verplichtingen
2. Controleren op gebeurtenissen na balansdatum
3. Vergaren van uiteindelijke controleinformatie (final analytics, going-concern evalueren, bevestigingen van management, overige informatie in de jaarrekening)
4. Beoordelen van de resultaten
5. Verstrekken van de accountantsverklaring
6. Communiceren met de audit committee en met de directie
Vraag 37. Wat is de verantwoordelijkheid van de accountant voor wat betreft gebeurtenissen na balansdatum?
Tijdens de jaarrekeningcontrole heeft de accountant een actieve onderzoeksplicht.
Tussen de afronding van de controle en de openbaarmaking van de jaarrekening heeft de accountant een passieve onderzoeksplicht (kan er dus door derden op gewezen worden, en moet bij ontwikkelingen in de markt ook aan eigen klant denken). De accountant kan dan eventueel nog haar toestemming intrekken om de verklaring openbaar te maken.
Na de openbaarmaking van de jaarrekening houdt de accountant een passieve onderzoeksplicht. Mocht blijken dat er sprake is van een wezenlijke gebeurtenis na balansdatum, dan meldt de accountant dat onverwijld aan de leden of aandeelhouders, legt een mededeling neer bij het handelsregister en voegt een mededeling bij de accountantsverklaring.
Vraag 38. Waar bestaat de (officiële) communicatie van een accountant uit, na de controle?
Accountantsverklaring: wettelijk verplicht voor (middel)grote ondernemingen, conclusie van de uitgevoerde controle.
Management letter: niet verplicht, is een advies aan de directie en de raad van commissarissen.
Accountantsverslag: wettelijk verplicht voor (middel)grote ondernemingen, rapportage aan de RvC omtrent de controle en/of de jaarrekening, afweging die tot de accountantsverklaring hebben geleid enz.
Accountantsrapport: vaak toegepast bij kleinere ondernemingen, afgestemd op wensen van de opdrachtgever.
Vraag 39. Welke soorten accountants zijn er volgens de VGC?
- Openbare accountants
- Interne accountants
- Overheidsaccountants
- Accountants in business
Vraag 40. Wat is het verschil tussen een accountantspraktijk, een accountantskantoor en een accountantsorganisatie?
Een accountantspraktijk is een verzamelnaam voor zowel accountantskantoren als accountantsorganisaties.
Een accountantskantoor is een organisatorische eenheid waarbinnen RA's werkzaam zijn, die niet over een wettelijke vergunning beschikt.
Een accountantsorganisatie is een instelling die wettelijke controles uitvoert en waaraan dus een vergunning is verleend.
Vraag 41. Is onafhankelijkheid één van de fundamentele beginselen uit de VGC?
Nee. Onafhankelijk geldt wel voor de openbare accountant die assurance-opdrachten uitvoert ('Nadere voorschriften onafhankelijkheid van de openbaar accountant').
Vraag 42. Wat zijn significante risico's?
Risico's die speciale aandacht bij de controle vereisen.
Vraag 43. Wat is een organisatie van openbaar belang?
- Een NV waarvan effecten zijn genoteerd aan een effectenbeurs;
- Bepaalde soorten kredietinstellingen;
- Bepaalde soorten verzekeraars;
- Een onderneming, instelling of openbaar lichaam uit bepaalde, in de Wet bepaalde categorieën
Vraag 44. Wat zijn de taken van het NIVRA?
- Belangenbehartiging van de beroepsgroep
- Ondersteuning bij de beroepsuitoefening
- Beheer accountantsregister
Vraag 45. Waarom wordt het gewone strafrecht niet toegepast op accountants? Waarom tuchtrecht?
In het strafrecht gaat het om inbreuken op de rechtsorde van de maatschappij in het algemeen, waardoor de maatschappij als geheel wordt geschaad. Er moet schuld of opzet in het spel zijn.
In het tuchtrecht gaat het niet om bescherming van de hele maatschappelijke orde, maar van een bepaalde groep: de gebruikers van de diensten die registeraccountants leveren. Er hoeft geen schuld of opzet bewezen te worden, zoals in het strafrecht.
Zie ook Tuchtrecht voor registeraccountants.pdf
Vraag 46. Wie is er verantwoordelijk voor de tuchtrechtspraak?
De tuchtrechtspraak is geen zaak van het NIVRA maar gebeurt door instanties buiten de beroepsorganisatie: de Raad van Tucht en, in beroep, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.
Vraag 47. Wie zitten er in de Raad van Tucht? En wie zitten er in het College van Beroep voor het Bedrijfsleven?
In de Raad van Tucht zit een voorzitter en twee of vier andere leden, afhankelijk van de complexiteit van de zaak. Deze overige leden kunnen registeraccountants zijn, accountants-administratieconsulenten of andere deskundigen.
In het College van Beroep voor het Bedrijfsleven bestaat uit één of drie rechters, ook afhankelijk van de complexiteit van de zaak.
Vraag 48. Welke tuchtmaatregelen kunnen er opgelegd worden?
- een schriftelijke waarschuwing
- een schriftelijke berisping
- een schorsing in het accountantsregister voor maximaal zes maanden
- doorhaling in het register
Als extra maatregel kan de rechter ook nog openbaarmaking van de waarschuwing, berisping, schorsing of doorhaling gelasten, maar dit gebeurt weinig, aangezien het "de registeraccountant publiekelijk aan de schandpaal nagelt".
Vraag 49. Wat is het doel van tuchtrechtspraak?
- Corrigeren van de tekortgeschoten registeraccountant (straffen);
- Voorkomen van beroepsfouten en -gebreken (preventie)
Vraag 50. Wat is de invloed van de interne accountantsdienst op de jaarrekeningcontrole?
De aanwezigheid van een interne accountantsdienst kan reden zijn voor de externe accountant om voor een deel op hun werkzaamheden te steunen. Wel moet de externe accountant eerst vaststellen dat de interne accountantsdienst aan bepaalde maatstaven voldoet.
Vraag 51. Waar kijkt de externe accountant naar bij het beoordelen van de interne accountant?
a. De positie in de organisatie (objectiviteit)
b. De reikwijdte van de functie (aard en diepgang van opdrachten)
c. Vaktechnische bekwaamheid
d. Zorgvuldigheid van werken (planning, documentatie, beoordeling)
Vraag 52. Welke vijf 'management assertions' zijn er volgens Arens/Beasley/Elder?
1. Existence or occurence
2. Completeness
3. Valuation or allocation
4. Rights and obligations
5. Presentation and disclosure
Vraag 53. Wat is COSO?
COSO is een managementmodel dat is ontwikkeld door een aantal private organisaties naar aanleiding van enkele boekhoudschandalen. COSO geeft een aantal aanbevelingen en richtlijnen ten aanzien van de interne controle en de interne beheersing.
Vraag 54. Welke waarborgen worden genoemd in de VGC?
Extern: de bestuursstructuur van de klant, betrokkenheid van de RvC, de communicatie tussen de RvC en de accountant.
Intern: het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk, onafhankelijkheidstrainingen van accountants, de aanwezigheid van een compliance officer, een independence office en vennoten belast met kwaliteitsbeoordeling
(Zie voor uitgebreidere opsomming VGC art. B1.200.12.
Vraag 55. Wat zijn de grootste problemen bij een opdracht die je voor de eerste maal uitvoert?
- De beginbalans. Beginstand en volledigheid van activa en passiva is een probleem, en daardoor ook de mutatie in het eigen vermogen (en dus de winst);
- De consistentie van waardering en grondslagen;
- Het onderzoek vindt plaats nadat het boekjaar verstreken is, dus de opzet en de werking van de interne organisatie kunnen dus niet getest worden.
Vraag 56. Wat is het verschil tussen een afloopcontrole en een voortgezette controle?
Bij een afloopcontrole controleer je hoe de ene post wordt omgezet in de andere (debiteuren in liquide middelen of voorraden in opbrengsten).
Bij een voortgezette controle controleer je of items die vallen in het nieuwe jaar (bijvoorbeeld bankbetalingen of facturen) horen bij het voorgaande jaar, en of deze goed verantwoord zijn (bekendste voorbeeld is de 'search for unrecorded liabilities'.
Afloopcontrole gaat dus over een geleidelijk proces van 'aflopen', bij een voortgezette controle ben je op zoek naar specifieke items.
Vraag 57. Wat zegt de VGC over fraude?
Niets.
Vraag 58. Wat is een zelfstandig balansonderzoek?
Een door de accountant uit te voeren onderzoek naar de getrouwheid van (alleen) de balans met de toelichting.
Het zelfstandig balansonderzoek is de enige reglementair toegelaten vorm van onderzoek naar de getrouwheid van een deel van een jaarrekening, mits dit eenmalig gebeurt. Een ZBO mag slechts:
a. voor een eerste jaarrekeningcontrole (bijvoorbeeld als de klant voor het eerst een wettelijk verplichte jaarrekeningcontrole moet laten uitvoeren); of
b. in het kader van een bijzonder onderzoek.
Vraag 59. Noem een aantal voorbeelden van inherente risico's.
Complexe berekeningen, niet-routinematige handelingen, schattingen zijn enkele voorbeelden van inherente risico's.
Vraag 60. Stelt het Stramien voor Assurance-opdrachten grondslagen vast? En/of verschaft het procedurele eisen voor de uitvoering van assurance-opdrachten?
Nee. Het Stramien stelt geen grondslagen vast en verschaft geen procedurele eisen voor de uitvoering van assurance-opdrachten. Het geeft een referentiekader voor accountants en anderen die betrokken zijn bij assurance-opdrachten (zoals bijvoorbeeld de opdrachtgever) (zie Stramien par. 1-3)
Vraag 61. Wat zijn de vijf elementen van een assurance-opdracht volgens het Stramien?
- de betrokkenheid van drie partijen;
- een object van onderzoek;
- criteria;
- assurance-informatie;
- een assurance-rapport.
Vraag 62. Wanneer kan een accountant een opdracht aanvaarden volgens het Stramien?
a. Als aan alle ethische normen wordt voldaan; en
b. Als de opdracht aan de volgende kenmerken voldoet:
- geschikt object van onderzoek;
- criteria zijn toepasbaar en beschikbaar voor de beoogde gebruikers;
- de accountant heeft toegang tot de benodigde informatie;
- zijn/haar conclusie wordt opgenomen in een schriftelijk rapport;
- de opdracht dient een rationeel doel.
Vraag 63. Hoe verschillen de procedures voor het verzamelen van informatie tussen een opdracht tot het verkrijgen van een redelijke of een beperkte mate van zekerheid?
Bij een opdracht tot het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid zijn aard, tijdsfasering en omvang van werkzaamheden met opzet beperkt ten opzichte van een opdracht tot het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Daarom wordt de conclusie ook negatief geformuleerd ('uit niets is gebleken'), indien sprake is van een opdracht met beperkte mate van zekerheid. (Stramien par. 53 en Bijlage)
Vraag 64. Waarom geeft de accountant geen verklaring van absolute zekerheid af?
Omdat er beperkende factoren zijn, zoals het feit dat de accountant gebruiktmaakt van deelwaaarnemingen. Ook kan het zijn dat er doorbreking van de AO/IC plaatsvindt door samenspanning. Daarnaast zijn er posten (bijvoorbeeld transitorische posten) waarbij schattingen een belangrijke rol spelen. Hierover kan de accountant uiteraard geen absolute zekerheid geven.
Vraag 65. Een bedrijf is in ernstige continuïteitsproblemen geraakt. Het is nog maar de vraag of aanvullende financiering aangetrokken zal kunnen worden. De directie heeft dit toereikend toegelicht. Kan de accountant een accountantsverklaring afgeven?
Ja, de accountant geeft een goedkeurende accountantsverklaring af met een verplichte toelichtende paragraaf.
Vraag 66. Welke werkzaamheden verricht de accountant, als sprake is van een 'significant risico'?
- Ze test de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen
- Ze voert specifiek gegevensgerichte werkzaamheden uit op het significante risico.
Vraag 67. Het directieverslag is materieel tegenstrijdig met de jaarrekening. Welke gevolgen heeft dit voor de accountantsverklaring?
Dit zal leiden tot een vermelding in de oordeelsparagraaf.
Vraag 68. Er zit een onzekerheid in de jaarrekening die in de toekomst vanzelf opgelost zal worden. De directie zet deze ontoereikend uiteen in de jaarrekening. Welke gevolgen heeft dit voor de accountantsverklaring?
Dit leidt tot een bedenking tegen de jaarrekening, dus een accountantsverklaring met beperking indien deze bedenking materieel is en een afkeurende indien deze wezenlijk is.
Vraag 69. Wat is het verschil tussen een materiéle en een wezenlijke bedenking tegen de jaarrekening?
Materieel: Kan de beslissing van een gebruiker van een verantwoording beïnvloeden.
Wezenlijk: De verantwoording geeft geen getrouw beeld.
Vraag 70. Welke zeven fasen onderscheidt de COS bij een jaarrekeningcontrole?
I. Aanvaarden of voortzetten van de opdracht
II. Planning
III. Werkzaamheden voor de risico-inschatting
IV. Reactie op de ingeschatte risico's
V. Overige controlewerkzaamheden
VI. Evaluatie van de verkregen controle-informatie
VII: Afgeven van de accountantsverklaring en andere rapportages
Vraag 71. Welke vier fasen onderscheidt Arens bij een jaarrekeningcontrole?
1. Planning en ontwerp van de controleaanpak.
2. Control testing en gegevensgerichte werkzaamheden op transacties.
3. Cijferbeoordelingen en detailwerkzaamheden op balansposten.
4. Afronding van de controle en het afgeven van een rapportage.
Vraag 72. Wat is de BETA-formule?
Beginvoorraad + Inkopen - Verkopen = Eindvoorraad
Voor de volledigheid van de omzet controleer je de beginvoorraad en de inkopen op volledigheid en de eindvoorraad op juistheid, dan weet je dat de verkopen volledig zijn. De beginvoorraad heb je het jaar ervoor op juistheid gecontroleerd maar ook op volledigheid via de geld-goederenbeweging.
Vraag 73. Wat staat er in de Verordening Accountantsorganisaties?
Een uitwerking van de WTA en de BTA. Hierin gaat het over de AO/IC binnen de accountantsorganisatie, personeelsbeleid, de compliance office, verzekeringen tegen beroepsaansprakelijkheid, de independence office, opleidingen van accountants, regels voor onafhankelijkheid en financiële belangen, klokkeluidersregeling.
Vraag 74. Wat voor verklaring geeft de accountant af bij een bijzondere controle volgens COS 800 (bijv. subsidies, oplagecijfers etc.)?
Een bijzondere accountantsverklaring.
Vraag 75. Wat voor verklaring geeft de accountant af bij een onderzoek van toekomstgerichte financiële informatie (COS 3400)?
Een onderzoeksrapport.
Vraag 76. Wat voor verklaring geeft de accountant af bij overeengekomen specifieke werkzaamheden (COS 4400)?
Een rapport van feitelijke bevindingen.
Voor vragen en/of opmerkingen over deze quiz kun je een e-mail sturen naar david AT feltkamp PUNT nl (de woorden in hoofdletters vervangen door de symbolen "@" en ".")
(c) DF en TW 2009
|